Het Van Vulpen-orgel

Het orgel

Het Van Vulpen-orgel van de Johanneskerk in Kruiningen, gebouwd in 1958.

Ingebruikname: 1958   ·   22 stemmen   ·   circa 1.557 pijpen

Front van het Van Vulpen-orgel in de Johanneskerk

Geschiedenis

Terwijl er in de 18de en 19de eeuw in steeds meer kerken met begeleiding van een kerkorgel gezongen werd, was de leiding van de gemeentezang in Kruiningen tot 1899 in handen van een voorzanger.

In dat jaar kwam er een orgel, gebouwd door de firma L. van Dam uit Leeuwarden. Het werd geplaatst op een zolder met balustrade boven de ingang van de kerk. Het was, zowel qua klank als vormgeving, typerend voor de romantiek: een instrument met een bescheiden dispositie, twee klavieren en een aangehangen pedaal.

Omdat de Johanneskerk ten gevolge van de watersnoodramp van 1 februari 1953 aanzienlijke schade van het zoute water had opgelopen, werd tot restauratie van het gebouw overgegaan. Die restauratie werd in 1956 afgerond. Het kerkgebouw heeft vanaf 1 februari 1953 bijna een half jaar onder invloed van eb en vloed gestaan. Op zondag 1 februari 1953, bij de zogenoemde tweede vloed, stond er een waterpeil van 1,85 meter in de kerk.

Het orgel werd op vrijdag 13 augustus 1954 gekeurd door de landelijke orgelcommissie van de Nederlands Hervormde Kerk. Lambert Erné en W. Hulsmann onderzochten in hoeverre weers- en zoutinvloeden schade hadden veroorzaakt. Volgens de deskundigen was van zoutinwerking aan het orgel geen sprake.

Tijdens de restauratie van het gebouw werd het Van Dam-orgel uit elkaar gehaald en opgeslagen in een school die toen tussen het kerkgebouw en café De Korenbeurs stond. Onderzoek wees uit dat vóór terugplaatsing toch een ingrijpende restauratie nodig was.

De oorspronkelijke orgelzolder voor het grote raam boven de ingang was inmiddels vervallen, met een vergootte lichtinval als gevolg. Een nieuwe plaats werd gevonden in een transept boven de consistorie, de huidige plaats van het Van Vulpen-orgel. De landelijke orgelcommissie oordeelde dat het klankvolume van het Van Dam-orgel, ook na voorgestelde aanpassingen, niet meer toereikend zou zijn voor de kerkruimte.

De commissie adviseerde daarom een nieuw orgel te bouwen. Het Van Dam-orgel verhuisde naar Wemeldinge en de toenmalige kerkvoogdij gaf de firma Van Vulpen uit Utrecht opdracht tot de bouw van een nieuw neobarok instrument met mechanische toets- en registertractuur. (fl 60.000) Adviseur was Lambert Erné.

Op 10 december 1958 werd het nieuwe Van Vulpen-orgel officieel in gebruik genomen. Het werd ingespeeld door Adriaan Engels uit Den Haag. Het orgel bestaat uit Hoofdwerk, Rugwerk en Pedaal. De kassen zijn gemaakt van Frans eikenhout. De ondertoetsen zijn belegd met ebbenhout en de boventoetsen zijn gemaakt van palmhout (buxus), belegd met ivoor.

Het orgel bezit 22 stemmen en circa 1.557 pijpen. Vier daarvan zijn tongwerken: Bazuin 16', Schalmei 4', Dulciaan 8' en Trompet 8'. Opvallend is de horizontale opstelling van de Trompet, ook wel en chamade genoemd. De pijpen hiervan zijn met bladgoud belegd. De Quintadeen 16' en de schalbekers van de Bazuin 16' zijn van gevlamd roodkoper; de Bourdon 16' van het Pedaal is van hout.

Dispositie

Hoofdwerk

  • Quintadeen 16'
  • Prestant 8'
  • Roerfluit 8'
  • Octaaf 4'
  • Gedekte fluit 4'
  • Octaaf 2'
  • Mixtuur 4-5 st.
  • Trompet 8'

Rugwerk

  • Holpijp 8'
  • Prestant 4'
  • Roerfluit 4'
  • Gemshoorn 2'
  • Nasard 1 1/3'
  • Scherp 4 st.
  • Sex-alter 2 st. (vanaf a)
  • Dulciaan 8'

Pedaal

  • Bourdon 16'
  • Prestant 8'
  • Octaaf 4'
  • Mixtuur 6 st.
  • Bazuin 16'
  • Schalmei 4'

Koppelingen

  • Hoofdwerk–Rugwerk
  • Ped – I
  • Ped – II

De werking van een orgel

Een orgel is een combinatie van blaas- en toetsinstrumenten. De belangrijkste componenten zijn het pijpwerk, de windvoorziening en het regeerwerk met klaviatuur, toets- en registermechaniek.

Vroeger werd de benodigde winddruk gemaakt door met de hand of voeten blaasbalgen op te pompen. Tegenwoordig wordt de wind opgewekt door een elektrische ventilator, de windmachine. Balgen stabiliseren de winddruk; via houten windkanalen wordt de wind naar de windladen gevoerd.

Het orgel wordt bespeeld via de handklavieren (manualen) en het voetklavier (pedaal). Door het indrukken van een toets komt een stelsel van houten stangetjes, hefboompjes en asjes in beweging, waarna een ventiel onder de juiste pijp opent. Dit mechanische systeem heet de tractuur. Ook de registers worden mechanisch bediend.

De pijpen staan op windladen. Door registers in te schakelen worden slepen verschoven zodat openingen in de sleep en windlade samenvallen. Daardoor kan wind naar de gewenste pijpen stromen. Dit sleepladensysteem wordt al eeuwen toegepast.

Niet alle pijpen staan direct boven de windlade. Een duidelijk voorbeeld in Kruiningen is de horizontaal opgestelde Trompet en chamade; de wind wordt via loden buizen, zogenaamde conducten, naar deze pijpen gevoerd.

Orgelpijpen

In een orgel staan honderden pijpen. Naar het principe van geluidopwekking bestaan er twee hoofdgroepen: labiaalpijpen en tongwerken.

1. Labiaalpijpen

Labiaalpijpen werken ongeveer zoals een blokfluit: lucht stroomt via de kernspleet tegen het bovenlabium en brengt de luchtkolom in trilling. Binnen deze familie bestaan veel klankkarakters, van neutraal en helder tot strijkend of fluitachtig.

De toonhoogte wordt uitgedrukt in voetmaat. Een 8'-register ligt ongeveer op normale zanghoogte; een 16'-register klinkt een octaaf lager. Gedekte pijpen klinken bij dezelfde lengte een octaaf lager dan open pijpen.

Schema van een labiaalpijp

2. Tongwerken

Tongwerken werken meer zoals een rietblaasinstrument. Een metalen tong komt door de luchtstroom in trilling; een schalbeker of resonator versterkt en kleurt het geluid. Voorbeelden in Kruiningen zijn Trompet, Dulciaan, Schalmei en Bazuin.

Detail van een tongwerk

Registers en klankopbouw

Met het pijpwerk wordt een dispositie samengesteld: een combinatie van registers die binnen de afmetingen van het orgel, het beschikbare budget en de akoestiek van de kerk een harmonisch geheel vormen.

Grondstemmen

Grondstemmen geven de toon weer die bij de gespeelde toets hoort, eventueel één of meer octaven hoger of lager. Voorbeelden zijn 32', 16', 8', 4', 2' en 1'.

Vulstemmen

Vulstemmen maken de orgelklank voller en rijker. Meervoudige vulstemmen laten per toets meerdere pijpen tegelijk klinken, zoals Mixtuur, Scherp en Sex-alter. Enkelvoudige vulstemmen laten een afwijkende boventoon klinken, zoals de Nasard 1 1/3'.

Materialen en intoneren

Metalen orgelpijpen worden meestal gemaakt van een legering van tin en lood, soms van roodkoper. Daarnaast komen houten pijpen voor. In Kruiningen is de Bourdon 16' van het Pedaal van hout gemaakt.

Na plaatsing wordt iedere pijp afzonderlijk afgestemd op aanspraak, klanksterkte en klankkleur. Daarbij worden onder meer de kernspleet, het labium en de voetopening aangepast. Dit proces heet intoneren.

Dank en verdere informatie

Met dank aan Prosper Sevestre uit Brouwershaven voor zijn commentaar en deskundige inbreng. Prosper Sevestre is op 23 januari 2009 plotseling overleden.

Foto's: © Copyright Radioloo 2003–2021 · oorspronkelijke pagina laatst bijgewerkt: 01/04/2026.

Encyclopedie van orgelregisters Elbertse & Van Vulpen orgelbouw